‘Bedankt dat je me hebt laten leven!’ zei niet de Tutsi tegen de Hutu, maar ik zei het vrijdagnacht tegen de hoofdnachtzuster van dienst van het Ikazia ziekenhuis. Even daarvoor had zij geprobeerd een verstopt infuus met kracht door te spuiten en toen dat niet lukte, heeft zij de dienstdoend arts geraadpleegd. Meer kracht zetten zonder goedkeuring durfde zij niet. Zij moest ogenblikkelijk het hele infuus verwijderen dat onder mijn linker sleutelbeen verbonden was met een ader direct naar mijn hart met een heel dun flexibel slangetje dat vijftien centimeter in de ader stak. Een ‘centrale lijn’ noemen ze dat hier.

In het slangetje zaten kleine spikkeltjes, kleine stolsels, en aan het eind een knalrood propje van een halve millimeter of zo. ‘Als dat in je hoofd terecht komt, is het afgelopen,’ zei ze. En ze lachte er niet eens bij, zeg ik met Bloem.

Op vrijdag nog was de arts er van overtuigd dat zo’n centrale lijn vierentwintig uur afgekoppeld kan blijven, dus de zes uur tussen de twee porties antibiotica die ik die avond vrij kon rondlopen, zou geen enkel probleem zijn. Nu, op zaterdag, wist plots iedereen dat dat onmogelijk en onverantwoord is. Alleen met een ‘Heparineslot’ of een klein druppelpompje kun je vrij, dus zonder slangetje naar een zak water aan een kapstok op wieltjes, rondlopen. Ik was woedend. Zo snel mogelijk wilde ik uit dit ziekenhuis.

 

Ondertussen had ik ook ontdekt dat de infectie van de heup al bij de operatie, dus in dit ziekenhuis, veroorzaakt was en dat er na vijf weken geen medische noodzaak was om mij hier te houden, behalve dan dat de Linozelid, het antibioticum in tabletvorm waarop ik moet overgaan, nog niet besteld was. Tot die tijd was ik veroordeeld tot een infuus. Boos zijn op de zusters was geen optie, maar ik moest wel heel duidelijk aangeven dat hun suggestie om te wachten tot ik maandag of dinsdag een arts zou spreken, geen optie was. Een uur later zat mijn behandelend arts met een rood hoofd een recept uit te schrijven. Zodra de pillen er zijn, mag ik weg. Vanwege de hoge prijs zijn die niet op voorraad. Dinsdagmorgen 30 maart, om acht uur vertrek ik hier.

 

Zaterdagmorgen heb ik een nieuw infuus gekregen. Nu is het maandag en zolang ik vast zit aan een slangetje, zolang ik afhankelijk ben, ga ik geen discussie aan. Morgenochtend vanaf acht uur liggen alle opties weer voor me open. Ik heb mezelf geleerd dat alles wat mij overkomt altijd mijn eigen schuld is. Niet de mensen van Ikazia, maar ik heb het kraakbeen van mijn heup beschadigd. Ik heb dit ziekenhuis uitgezocht en ik had mij beter kunnen oriënteren op wat wel en niet kan met een infuus. Van het Stockholmsyndroom ben ik genezen.