• In de gebiedscommissie kom ik op voor de vrije stedeling in het centrum
  • Ik reis om iets van de wereld te begrijpen
  • Ik ontwikkel oplossingen voor de stad die ook echt werken

Column over pluriformiteit in de Media (volledige tekst)

Van november 2000 tot september 2003 was ik voorzitter van de Programmaraad Rotterdam die zwaarwegend adviseert over het aanbod van radio en televisie zenders op de kabel. Ter gelegenheid van mijn afscheid werd op 14 oktober 2003 in De Unie een discussie gehouden over pluriformiteit in het media aanbod. In onderstaande tekst geef ik mijn visie weer die gold als aanzet voor de discussie. 

De Programmaraad Rotterdam heeft volgens de mediawet de opdracht om te adviseren over een pluriforme samenstelling van een pakket programmas voor algemene omroep, rekening houdend met de in de gemeente levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften. Maar er is schaarste aan kanalen. Niet al die behoeften kunnen bevredigd worden. Er moeten keuzen gemaakt worden. In een gedachtewisseling hierover in de Programmaraad kwam de vraag op welke pluriformiteit zwaarder weegt, de etnische of de maatschappelijke. Bij mijn afscheid als voorzitter van de Programmaraad heb ik enkele overwegingen opgeschreven die wellicht behulpzaam kunnen zijn bij het maken van die keuze.

Nederland is al vierhonderd jaar een immigratieland. Meestal kwamen de immigranten als groep omdat ze elders vervolgd werden of om de armoede te ontvluchten. Van de Hugenoten, en de Portugese Joden in de zestiende en zeventiende eeuw, tot de Duitse marskramers en Italiaanse schoorsteenvegers in het begin van de vorige eeuw, ze hebben allemaal hun bagage meegebracht, hun kerken gesticht hun invloed uitgeoefend op de Nederlandse cultuur en ze zijn daar allemaal onderdeel van geworden. In een cultuur die open staat voor vreemde invloeden, treedt na een paar generaties assimilatie op. Etnische achtergrond is op termijn niet meer relevant. De kleinkinderen van de tweede generatie Turken en Marokkanen, hebben straks niets meer met de taal of de nationale identiteit van hun voorouders. Zij zijn Nederlanders geworden. Als ze nog gelovig islamiet zijn, zal dat in een liberale, Nederlandse variant van de Islam zijn. Hun voorouders hebben de Nederlandse cultuur benvloed door de culturele bagage die zij meebrachten, maar verder zal hun afkomst uit een ver land niet meer dan een aardige bijzonderheid zijn, zoals mijn afstamming van Tataren en Hugenoten.

Al vierhonderd jaar zijn immigranten die niet konden wennen aan het liberale en tolerante Nederland weer vertrokken. De Pilgrim Fathers kwamen voort uit een zeer orthodoxe protestante gemeenschap uit Engeland die daar werd vervolgd. Zij waren hier welkom, genoten vrijheid van drukpers hoewel de koning van Engeland dreigde de diplomatieke betrekkingen met Nederland te verbreken als deze gevaarlijke sekte niet het zwijgen werd opgelegd. Na twintig jaar zagen de Pilgrims dat hun hier geboren kinderen te veel bloot stonden aan de verleidingen van de liberale omgeving. Om hun geloof puur te houden, scheepten zij op 20 juli 1620 in Delfshaven in om naar Amerika te vertrekken. In de Verenigde Staten worden zij gezien als de stichters van de Amerikaanse staat. De achterblijvers zijn geassimileerd en spreken met enige trots over hun bijzondere afkomst.

Assimilatie gaat vanzelf. Daar hoef je als overheid niets aan te doen. Dat sommige Nederlanders juichen voor buitenlandse voetbalclubs of vreemde vlaggen, wordt niet altijd op prijs gesteld, maar je hoeft het niet te verbieden. Het gaat vanzelf over. Uiteindelijk word je n volk en wie daar niet mee kan leven, vertrekt. Maar wat je als overheid niet moet doen, is het actief faciliteren van isolatie. Je wilt niet dat mensen met hun rug naar de samenleving gaan staan en gettos vormen waarbinnen eigen taal, cultuur en etnische geborgenheid generaties lang in stand kan worden gehouden.

Soms worden de Verenigde Staten als geslaagd voorbeeld genoemd van een land waar immigranten met behoud van eigen taal en cultuur konden voortleven. Maar wij zijn geen Amerika waar immigranten de oorspronkelijke samenleving hebben gemarginaliseerd om hun eigen samenleving daarvoor in de plaats te stellen. We zijn een functionerende vrije, open samenleving waaraan immigranten kunnen deelnemen. Dit is eerder een beleid van de Nederlanders dan van de overheid en dat is het al vierhonderd jaar. Daar hoort een mediabeleid bij dat er niet toe bijdraagt dat immigranten te gemakkelijk de isolatie opzoeken.

Een van de redenen waarom Nederland zon prettig land is, is omdat het open staat voor vreemde invloeden. Er is geen krampachtig nationalisme dat een etnische of culturele situatie probeert te bevriezen. Er wordt weinig met vlaggen gezwaaid, de taal hoeft niet puur te blijven, muziek uit de hele wereld wordt omarmd, buitenlandse films worden niet geweerd of nagesynchroniseerd; het Nederlandse culturele product houdt zich als deel van het geheel staande en laat zich benvloeden door de culturele bagage die immigranten meenemen en door alles wat over de open grenzen waait. Assimilatie betekent in Nederland geen aanpassing aan een welomschreven en statische situatie, maar individuele deelname aan een dynamische maatschappij die open staat voor de culturele bagage die je als individu meebrengt.

Er wordt nogal eens gewezen op Nederlanders die in het buitenland enclaves hebben gevormd waarin zij hun eigen cultuur generaties lang levend hielden. Dat wordt vooral gedaan door mensen die menen dat dus ook immigranten in Nederland dat zouden kunnen doen. Wie goed kijkt naar de achtergronden van de bedoelde Nederlandse emigranten, komt tot de omgekeerde conclusie. Net als de Engelse Pilgrims in het begin van de zeventiende eeuw, zijn er Nederlanders geweest die de open maatschappij van hier niet konden rijmen met hun religieuze opvattingen en de daaraan gekoppelde ideen over de inrichting van de maatschappij. Nederlandse dominees namen hun hele sekte mee en stichtten kolonies als Holland in Michigan en Pelle in Iowa waar zij konden leven volgens hun eigen normen. Het gegeven dat de Nederlandse taal de wereld het woord apartheid heeft geschonken, kwam voornamelijk voort uit het uiterst conservatieve karakter van de kolonisten die uit Nederland vertrokken omdat zij hier hun waarden zagen verdampen. Nederlandse emigranten spreken zelden positief over hun land van herkomst van vandaag. Zij vinden en vonden het te liberaal. En een van de redenen waarom zij vertrokken is juist omdat het vrijwel ondoenlijk is om je af te schermen van dat liberale klimaat teneinde je eigen cultuur in stand te houden.

Bij het karakter van het land hoort evenzeer dat je niemand een strobreed in de weg wilt leggen als hij zijn eigen cultuur of nationale identiteit wil beleven. Dat principe is ongeveer even oud als dat van immigratie en assimilatie en het werd uit nood geboren. De Tachtigjarige Oorlog tussen katholieken en protestanten had aangetoond dat het tolereren van de ander, ook al was het met tegenzin, de enige manier was om in vrede te leven. Tolerantie en respect zijn eigenschappen die per definitie met tegenzin worden uitgeoefend: je verwerpt de denkbeelden of levensstijl van de ander, maar je besluit er niets tegen te ondernemen. Je respecteert ze als de ander in een sterkere positie verkeert en je tolereert ze als de ander in een zwakkere positie verkeert. Tolerantie ten opzichte van immigranten betekent dus dat je hetzelfde recht op vereniging, dezelfde vrijheid van godsdienst en het beleven van de eigen cultuur geeft als aan iedereen die al generaties het land bewoont. Hier hoort een mediabeleid bij dat immigranten instrumenten aanreikt waarmee desgewenst de isolatie in stand gehouden kan worden.

Hier zit een interessante tegenstelling. Hoe kun je immigranten aan de ene kant de instrumenten geven om hun isolatie in stand te houden terwijl je aan de andere kant wilt bereiken dat zij hun isolement opgeven en volwaardig meedraaien met de Nederlandse samenleving en uiteindelijk als individuen assimileren? Daarvoor is in vier eeuwen een zeer probaat middel ontwikkeld: je geeft die instrumenten voor isolatie aan de immigrant en je zeurt hem daarover vervolgens eindeloos aan zn kop. Je geeft iets, neemt het dan weer af. Je maakt iemand financieel afhankelijk en dreigt vervolgens je ondersteuning in te trekken. De discussie over wat wel en niet mag op godsdienstig terrein verandert regelmatig van toon. Dat is geen bewuste politiek. Het zijn ook niet steeds dezelfde mensen die hun eisen wijzigen. Het is meer het principe van de good cop bad cop aanpak. Die leidt er toe dat de immigranten hun isolement moeten verdedigen met de middelen van hun nieuwe land. Dat op zich leidt tot het doorbreken van het isolement. Er moet overlegd worden, of geprocedeerd in de taal en volgens de regels van de ander.

Een interessant aspect van integratie en assimilatie is nog de relatie met de individualisering. Hoe meer iemand een onafhankelijk individu is die voorziet in zijn eigen onderhoud, hoe sneller het pad naar assimilatie wordt afgelegd. Dat komt niet alleen omdat de druk van de massa op een individu groter is dan die op een groep, maar ook omdat de massa bestaat uit mensen die meer individualistisch zijn dan de leden van de groepen immigranten waaruit zij zich losmaken. Integratie is dus ook een vorm van bevrijding uit het keurslijf van de instandgehouden cultuur van het herkomstland. De indruk wordt nogal eens gewekt dat je met assimilatie eigenheid opgeeft en opgaat in een anonieme massa, maar het tegendeel is waar. Je voegt je bij de andere vrije burgers en je rukt je los uit de anonimiteit van het groepsverband.
 

Als Nederland al vierhonderd jaar een immigratieland is en als elke generatie immigranten een paar generaties later is geassimileerd, moet er een geleidelijke draaiing optreden. Immigranten komen verticaal binnen, dus met het hele spectrum van politieke verschillen, verschillen in leeftijd, verschillen tussen modernen en conservatieven binnen de als geheel herkenbare etnische groep en ze draaien naar horizontaal waarbij de jeugd van die etnische groep gewoon bij de jeugd hoort, en de modernen bij de modernen, de culturele elite bij de culturele elite

De Programmaraad moet een pluriform pakket samenstellen. Dat gaat over het verdelen van schaarste en het maken van keuzen. Het kan voorkomen dat je moet kiezen tussen een jongerenzender en een zender die zich richt op een van de etnische minderheden van de stad. Wat weegt dan zwaarder? De horizontale veelvormigheid of de verticale? Ik adviseer om dit dilemma niet op te lossen, om elke keuze weer als een nieuwe strijd te zien. Daarbij moet de immigrantengemeenschap die een eigen zender in de eigen taal en uit de eigen cultuur wil, dat bevechten met de middelen van dit land, van een overtuigende aanvraag tot beroepsprocedures bij afwijzing. Schep als Programmaraad geen rechten, maar ook geen barrires. Het zullen steeds moeilijke keuzen blijven, en de teleurstelling bij degenen die niet aan de bak komen zal steeds groot zijn, maar het past in de Nederlandse traditie om dit dilemma niet bij voorbaat op te lossen.